The Bilbao Effect

architecture blog, Bilbao effect

L:Theater de Stoep, R: Supercoop supermarket, Spijkenisse, photos: RM

Take an unattractive city. Through an appealing, or at least eye-catching building designed by a famous architect, it can be pulled out of the doldrums. The Bilbao effect is named after the city of Bilbao where the Frank Gehry-designed Guggenheim Museum designed by Frank Gehry accomplished this feat. It’s example was followed by many, think of EYE in Amsterdam North, but its initial success could never quite be equalled.

This fact however did not refrain Spijkenisse, a satellite town of Rotterdam, to cherish such an ambition for the new Stoep Theatre. UN Studio was selected to design the new icon for the boomtown. Stoep Theatre, like Guggenheim in Bilbao, is a sculptural building, as they say. Now buildings themselves are not sculptures, but rather a collection of floors and walls. These are generally orthogonal elements that do not necessarily form a sculptural whole. Since the introduction of 3D modeling techniques, however, it has become possible to reproduce accurately in any form into, for example, a steel skeleton.

Any shape is therefore feasible, in principle, for the façade, the “shell” of the building.The floors and, to a lesser extent the walls remain, for reasons of utility, just flat. There’s not much one can do about that. What we see happening here is in fact a return to ornament in architecture, creating a shape merely because of the shape. Modernism had rejected this in its quest for an honest architecture in which form and meaning should ideally be equal. Here, the only difference with the pre-modern architecture is that the ornament is no longer recognizable as a separate addition to the building, but that the building itself becomes the ornament. In the case of the Guggenheim in Bilbao this leads to the fact that the curved shell of the building is, in many places twice as high as the actual museum that hides behind it. The façade just encloses empty space there, in order to create a more beautiful, taller volume.

In Spijkenisse this is less extreme, but the aerodynamic exterior of De Stoep also merely serves to conceal the square boxes the theatre is made up from. So far so good, if that’s what you want. It only becomes awkward at the moment this idiom is seized for “flatter” applications. The exact history is unknown to me, but is quite easy to read: To close the balance for the development plan of the new center of Spijkenisse, a large supermarket was projected next to the new theatre, probably due to lack of alternatives. Now a supermarket is almost by definition a closed box and not very contributory to the liveliness of the city. To prevent this box from degrading the new town center more than necessary, it was cladded with perforated iron panels, with a curved line here and there, in reference to its neighbor. Too bad, because an icon works better if it stands out in its surroundings. Awkward, because it emphasizes the superficiality of the forms of the theatre.

Neem een onaantrekkelijke stad.  Door middel van een aansprekend, of in ieder geval blikvangend gebouw, ontworpen door een beroemde architect, kan deze uit het slop worden getrokken. Het Bilbao-effect is vernoemd naar de stad waar het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim museum dit voor elkaar bracht. Het kreeg daarna veel navolging, denk aan EYE in Amsterdam Noord, maar heeft zijn oorspronkelijke succes nooit helemaal kunnen evenaren.

 Dat gegeven heeft de gemeente Spijkenisse, een satellietstadje van Rotterdam, er niet van wten te weerhouden om voor de nieuwbouw van theater de Stoep een dergelijke ambitie te koesteren. UN Studio werd ingeschakeld om het nieuwe icoon van de groeikern te ontwerpen. Theater de Stoep is, net als Guggenheim in Bilbao een sculpturaal gebouw, zoals dat heet. Nu zijn gebouwen van zichzelf geen sculpturen, maar eerder een verzameling vloeren en wanden. Dit zijn over het algemeen orthogonale elementen die niet zonder meer een sculpturaal geheel vormen. Sinds de introductie van 3d-modelling technieken is het echter mogelijk geworden om willekeurig welke vorm nauwkeurig te reproduceren in bijvoorbeeld een staalskelet.

 Elke vorm wordt daardoor maakbaar, in ieder geval voor de schil van het gebouw. De vloeren en, in mindere mate, de wanden blijven natuurlijk gewoon vlak, daar is vanuit overwegingen van bruikbaarheid niet zoveel aan te doen. Wat we hier dus in feite zien is een terugkeer naar het ornament in de architectuur, het maken van een vorm om de vorm. Het modernisme had dit verworpen in haar streven naar een “eerlijke’ architectuur, waarin vorm en betekenis idealiter gelijk zijn. Het enige verschil met de pre-moderne architectuur is hier dat het ornament hier niet langer als losse toevoegingen aan het gebouw herkenbaar zijn, maar dat het gebouw zelf het ornament wordt. In het geval van het Guggenheim in Bilbao leidt dat er bijvoorbeeld toe dat de gewelfde schil van het gebouw op veel plaatsen twee keer zo hoog is als het feitelijke museum dat erachter verstopt is. De gevel omhult daar slechts loze ruimte ten einde een mooi, hoog volume te maken.

 In Spijkenisse is dit minder extreem, maar achter de aerodynamische buitenkant van de Stoep gaan wel gewoon vierkante dozen schuil. Tot zover prima, als dat is wat men wil. Het gaat pas wringen op het moment dat deze vormentaal wordt aangegrepen voor  “plattere” toepassingen. De precieze geschiedenis is mij niet bekend, maar laat zich vrij eenvoudig lezen: Om de grondexploitatie voor het centrumplan van Spijkenisse rond te krijgen moest er naast het nieuwe theater een grote supermarkt komen, mogelijk door gebrek aan alternatieven. Nu is een supermarkt bijna per definitie een gesloten doos en dus niet erg bevorderlijk voor de levendigheid van het straatbeeld. Om te voorkomen dat deze verder te veel zou detoneren in het nieuwe centrum werd in de gevelbeplating gerefereerd aan zijn buurman: Geperforeerde metalen panelen met hier en daar een gebogen lijn. Jammer, want een icoon komt natuurlijk beter tot zijn recht als het kan contrasteren met zijn omgeving. Pijnlijk ook, want het maakt de oppervlakkigheid van de vormen van het theater extra duidelijk

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s